Endeldarmkanker (kanker van het rectum)
Wat het is en hoe we het behandelen
De endeldarm of het rectum is de laatste vijftien centimeter van de dikke darm, het stuk tussen de karteldarm en de anus. Kanker die daar ontstaat, noemen we endeldarmkanker of rectumcarcinoom. Ze ontstaat op dezelfde manier als dikkedarmkanker, bijna altijd uit een poliep die over jaren kwaadaardig wordt, maar ze wordt anders behandeld, omdat de endeldarm diep in het kleine bekken ligt, vlak bij de blaas en de sluitspier.
Klachten die onderzocht horen te worden: bloed of slijm bij de stoelgang, ook als u aambeien hebt; het gevoel dat de darm niet leeg raakt; loze aandrang; een dunner wordende stoelgang; pijn laag in de buik of in het bekken; en onverklaarde vermoeidheid of gewichtsverlies.
Het onderzoek start met een coloscopie, waarbij we de hele dikke darm bekijken en van de tumor een staaltje nemen. Daarna brengen we in kaart hoe ver de ziekte gaat: een CT-scan van borstkas en buik, en, en dat is het verschil met dikkedarmkanker, altijd een MRI van het bekken. Die MRI toont hoe diep de tumor in de darmwand groeit, hoe dicht hij bij de buitenrand van het vetpakket rond de endeldarm komt, en of er klieren aangetast zijn. Op die beelden wordt de hele behandeling gebouwd.
Elk dossier gaat naar het multidisciplinair oncologisch consult, waar chirurg, gastro-enteroloog, oncoloog, radiotherapeut, radioloog en patholoog samen beslissen. Bij een kleine, oppervlakkige tumor kan de operatie meteen doorgaan. Bij een tumor die dieper groeit of dicht bij de buitenrand komt, start de behandeling met bestraling, meestal gecombineerd met chemotherapie. Die voorbehandeling maakt de tumor kleiner en verlaagt de kans dat de ziekte lokaal terugkomt.
De operatie heet een totale mesorectale excisie of "TME". Daarbij verwijderen we de endeldarm samen met zijn volledige vethuls in een onbeschadigd geheel, met de lymfeklieren erin.
Ligt de tumor ver genoeg van de sluitspier, dan verbinden we de darm opnieuw met de anus en blijft de stoelgang langs de natuurlijke weg gaan. Om die nieuwe verbinding te beschermen leggen we vaak een tijdelijk stoma aan, dat na enkele maanden opgeheven wordt. Ligt de tumor in of vlak tegen de sluitspier, dan is een blijvend stoma soms de enige veilige oplossing; dat bespreken we altijd op voorhand, samen met de stomaverpleegkundige.
Na de ingreep werken we met een versneld herstelprogramma: snel weer drinken en eten, de dag van de operatie al uit bed, en pijnstilling die bewegen mogelijk maakt.
Lees ook over darmkanker en de darmkankeroperatie.
Dienst abdominale heelkunde, Ziekenhuis Geel, J.B. Stessensstraat 2, 2440 Geel, route 92. Telefonisch op 014 57 70 21 of 014 57 73 47, of via heelkunde@ziekenhuisgeel.be.
Nagelezen door dr. Ben Gys, abdominaal chirurg, MD, PhD (Universiteit Antwerpen). Laatst nagekeken op 17 september 2026. Deze informatie vervangt geen persoonlijk advies van uw arts.

